Geschiedenis

Sint-Amands


Baasrode Sancti Amandi is de oudste vermelding van Sint-Amands. De gemeente was het centrale deel van het Karolingische domein Baceroth (d.i. Baasrode) geschonken in 822 door Lodewijk De Vrome aan de abdij van Saint-Amand (Elnone) in Noord-Frankrijk.

De abten van Elnone golden als opperheren van Sint-Amands, maar vanaf de 11de eeuw tot het einde van de middeleeuwen deed de invloed van de Berthouts zich gelden.

Zij werden in de 15de eeuw opgevolgd door de leden van het geslacht Vilain en Halewijn. Sint-Amands maakte toen deel uit van het land van Dendermonde en lag in het Graafschap Vlaanderen.

Op kerkelijk gebied bleef het echter meer op Brabant georiënteerd.

In de Middeleeuwen was Sint-Amands een wezenlijk deel van het bisdom Kamerijk en van de aartsdekenij Brussel.

Bij de oprichting van de nieuwe bisdommen kwam Sint-Amands eerst (1560) bij het aartsbisdom Mechelen, later bij het bisdom Gent, dekenij Dendermonde. Na het concordaat werd de Sint-Amandusparochie ingedeeld bij het Mechelse aartsbisdom.

Sinds de fusie van de gemeenten in 1977 omvat Sint-Amands ook de deelgemeenten Lippelo en Oppuurs. De totale oppervlakte bedraagt 1.555 ha.

Lippelo


Lippelo heette in 1155 Lippinclo, van het Germaanse Lippinga (= van de lieden van Lippo) + lauha (= bosje op hoge zandgrond).
De hertogen van Brabant en de Berthouts heersten er in onverdeeldheid.
Lippelo hoorde onder de meierij Merchtem in het kwartier Brussel. Als lokale heren worden de heren van Grimbergen, Jacques Ferdinand de la Pierre, baron du Fay, Frans Albert van Croij en de Wild- en Rijngraaf van Salm vermeld.

Met Liezele en Malderen vormde Lippelo een schepenbank.
De parochie hoort tot een oude stichting van een villakerk, die vermoedelijk begin van de 12de eeuw in het bezit kwam van de abdij van Affligem. Eertijds in het bisdom Kamerijk gelegen, onder de aartsdekenij Brussel werd ze in 1560 ingedeeld bij het aartsbisdom Mechelen.

Oppuurs


De oudste vermelding (1414) van Oppuurs luidt Oppuedersel.
Dit is het hoger gelegen gedeelte van het in 1139 opduikende Puurs (Poderscelam) dat zich ontwikkelde tot een heerlijkheid onder de hertogen van Brabant in de meierij Kampenhout en het kwartier Brussel.

De Leuvense familie Van der Calsteren bezat er de heerlijkheid reeds in de 15de eeuw. Later werd Oppuurs verpand aan Joost Snoy en in 1664, onder Jan Karel Snoy kreeg het de titel baronie mee.
Op 7 mei 1818 werd Idisbalda-Ghislain Snoy door de koning benoemd tot burgemeester van Oppuurs. Graaf Jean-Charles Snoy et d'Oppuers, gewezen minister van Financiën, overleden in 1991, ondertekende voor België het historische Verdrag van Rome
.

Laatst aangepast op donderdag, 23 juli 2009 10:18